Verhalen uit het hart van Frankrijk

Vissen in Vichy

Keramieken kitsch, kunst en curiosa
Het is de sport om op rommelmarkten en brocanterien in binnen- en buitenland uit te kijken naar spullen die met vissen te maken hebben. Je vindt er de gebruikelijke zaken, zoals vismessen, netten (vaak nog uit de jaren zestig toen ze in menig meisjeskamer aan het plafond hingen), oude hengels en, als je geluk hebt, mooie viskoffers. Maar het mooist is de kitsch die er ligt – soms duur, soms goedkoop. Het is overigens maar een heel dun vislijntje tussen echte kitsch en ware kunst.

Er staat op de markt in het Franse Vichy een kannetje van rood porselein in de vorm van een waterspuwende karper. Het is een beetje verscholen tussen allerlei andere karafjes die soms op een eend en dan weer op een haan of zelfs een konijn lijken. Hoeveel? Dat staat er op, is het knorrige antwoord. Een slordig geplakt stickertje meldt 198 euro. De schenkeend die er naast staat blijkt trouwens aanmerkelijk duurder. Even verderop ligt een opengewerkte vis van aardewerk. Het dier is goudgerand. In een gulpend gat aan de zijkant van zijn lijf zijn enkele felgekleurde vissen in het inwendige zichtbaar. Kitsch met een hoofdletter, zo lijkt het. Niettemin past dit verder nutteloze siervoorwerp heel goed in de geschiedenis van de mens. Veel eerder dan dat er potten en ketels werden gemaakt om etenswaren in te stoppen, zijn van aardewerk popjes en dierenbeeldjes geknutseld. Het praktisch nut komt altijd pas op de tweede plaats.

Op een tafeltje naast de open vis is een van glas geblazen exemplaar te bewonderen. Volledig overbodig, denk ik. Er kan zelfs geen bloem in. Toch moet iemand het ooit bedacht, uitgevoerd en verkocht hebben. Maar even later pakt iemand de glazen vis, bestudeert lange tijd het voorwerp en mompelt bewonderend Muranoglas. Even later betaalt de man zonder verder wikken of wegen de gevraagd 50 euro en wordt het glasstuk in krantenpapier gefrommeld.

Maar er is meer op de markt, veel meer. Gifgroene holle vissen wisselen af met realistisch beschilderde borden die alleen aan de muur kunnen worden gehangen en dan liefst buiten het zicht. Die pronkborden zijn soms heel wat meer dan een nagetekende vis. We komen er een tegen met een aardewerken kreeft er op. Het is een kolossaal bord met een roodgekookt schaaldier dat er maar net op past. Aan weerszijden liggen opengemaakte oesters van gebakken klei. Het kan niet een erg oud bord zijn, want nog geen 150 jaar geleden werd er niet veel gepronkt met kreeft. Dat was voedsel voor de armen en die aten het alleen nog maar als er echt niets anders was. Bovendien was het in de zeventiende eeuw ook nog eens een ferm scheldwoord dat voor iedereen kon gelden en in het bijzonder werd gebruikt voor een vals en niet-deugend vrouwspersoon. Maar nu wordt met een uit klei gebakken kreeft op een plat bord goede sier gemaakt. Meer kan ook niet, want zelfs voor een lik mayonaise is geen plaats meer op de schotel.

Als je er op gaat letten, zie je overal vissen. Ook op rommelmarken, juist op rommelmarkten. We verlaten de markt en zien bij een van de laatste kraampjes een kleine visterrine. Ach, doe maar vijf euro, klinkt het als we vragen naar de prijs. Daar valt dus weinig meer van af te dingen.

Op weg naar de auto met de terrine onder de arm lopen we langs de plaatselijke galerie. De schilderijen in de etalage zijn weggehaald. Daarvoor in de plaats is een enorme blauwe vis van keramiek gekomen met in goud de instrumenten van een niet al te klein orkest op zijn rug. Het kan dus nog gekker. Dan kijken we naar het prijskaartje en we zien dat het kunst is.

Share