Verhalen uit het hart van Frankrijk

Natuur puur 2

De kruiwagen, die de nacht buiten heeft gestaan, moet even opzij. Op het moment dat ik de handvatten pak, glipt er vlak voor mijn voeten iets weg. Een slang! Het dier is een ongeveer halve meter lang, maar gaat zo snel de struiken in dat ik niet goed kan zien wat voor soort het is. Een couleuvre, stel ik mezelf gerust. Volgens de buurman zijn er wel adders in de buurt, maar zie je ze zelden en al helemaal niet als ze groter dan 30 cm zijn. Met de lengte neemt de schuwheid kwadratisch toe. Niettemin raadt hij ons aan ook de onschuldige couleuvres niet beet te pakken. “Ze bijten niet, maar ze geven een ontzettende lijkenlucht af als je ze beet hebt en dat gaat niet meer van je handen af.”

De winter is voorbij en het koudbloedig gebroed komt naar buiten om zich in het zonnetje te warmen. Hagedissen, hazelwormen, smaragdhagedissen en slangen zoeken de zon op. Onze tuin lijkt wel de Costa Brava…

Een slangensoort die onze tuin regelmatig bekruipt is de couleuvre vipérine – in Nederland, waar hij niet voorkomt, wordt hij aderringslang genoemd. Het is een beetje de loser onder de slangen. Het is er zo eentje die op een beetje meelijwekkende manier mee wil doen met de grote jongens en onbeholpen zijn best doet om op een giftige adder te lijken. Hij heeft een zelfde soort huidtekening en probeert je verder om de tuin te leiden met zwarte vlekken achter zijn kop zodat die er driehoekig uitziet als die van een adder. Maar zijn ogen geven hem weg. De pupillen zijn rond en niet spleetvormig. En hij valt helemaal uit de addertoon door zijn lengte. Geen adder wordt zo lang als deze imitator. Op de foto zie je dat je hem met de camera in aanslag zeer dicht kan benaderen. Maar in het algemeen is het toch niet aan te raden om blootkuits, zoals de dame op de foto, op slangenjacht te gaan.

De smaragdhagedis die zich blauw zoekt naar een paringspartner

Een nog onschuldiger schuifeldier is de hazelworm. Als je een steen omkeert zie je er altijd wel een paar liggen. Ze maken zich niet eens snel uit de … eh … buik. Ze kijken je hooguit wat lodderig, maar verstoord aan. Een indruk die nog eens wordt versterkt doordat deze kruiper wel oogleden heeft. Behalve deze pootloze variant zijn er nog meer hagedissen in onze tuin en in de muren van ons huis, heel veel meer. De muurhagedis zit eigenlijk overal en als ze naar buiten komen, weet je dat het mooie weer aanbreekt. Een bijzonder soort is de felgekleurde smaragdhagedis, die voluit de westelijke smaragdhagedis heet, want er is ook een oostelijke variant.  Die laatste verschilt uiterlijk en qua levenswijze niet van de onze. Tja, hoe moeilijk kun je het maken. Volgens de literatuur is de smaragdhagedis agressiever dan zijn soortgenoot uit de muur. Hij bijt graag en gauw, maar naar verluidt zou de beet geen pijn doen. We hebben het niet uitgeprobeerd.

Share